Artikel voor Kikai, tijdschrift van de Belgische Shiatsu Federatie, in 2013

Pia Govaerts: “Toen ik 25 jaar geleden een jaaropleiding shiatsupractitioner volgde, betekende dat voor mij dat mijn kennis van het menselijk lichaam kon vergroten. Spieren, gewrichten, organen, zenuwstelsel en vooral meridianen werden in groep bestudeerd en gevoeld. Ik leerde verschillende technieken om met vingers en handen druk uit te oefenen op de drukpunten van de meridianen, in een bepaalde volgorde. Het was fijn om antwoord te krijgen op vragen die ik me als kind al stelde over de sensaties die ik waarnam wanneer ik op bepaalde punten op mijn lichaam duwde!
In een vervolgopleiding shiatsu, hoorde ik voor de eerste keer dat het meer om de aandacht, de motivatie en de intentie gaat dan om de handelingen…
Na deze opleiding was shiatsu voor mij iets om in huiselijke kring mee bezig te zijn, vaak als verlichting van pijnlijke symptomen bij man, kinderen en mezelf. Mettertijd leerde ik wel om steeds zachter te worden in mijn aanrakingen.

Momenteel doe ik al ruim vijf jaar aan eutonie. Dat geeft me een nieuwe toegang tot mijn lichaam. Vanuit een andere invalshoek leer ik het menselijk lichaam -mijn menselijk lichaam – nog beter kennen, begrijpen, helen. Het voelt als een opluchting om van binnen naar buiten te kunnen bewegen.
De oefeningen gebeuren binnen de grenzen van de weldaad, dat wil zeggen niet tot tegen de pijngrens gaan en mijn lichaam ondersteunen waar nodig. Zo krijgen de dieper gelegen lichaamsweefsels de kans om te ontspannen en een nieuwe tonus te vinden.
Zowel in shiatsu als eutonie gaat het volgens mij meer om een respectvolle aandacht dan om een oefening correct uit te voeren of een drukpunt meteen te weten liggen.
Shiatsu en eutonie kunnen elkaar heel goed aanvullen en ondersteunen in de preventie van gezondheidsklachten.
Eutonie, omdat het een bewegingsleer is die ik zowel in groep als bij mij thuis verder kan beoefenen en waarbij ik niet noodzakelijk nog iemand anders nodig heb om ermee bezig te zijn. Hierdoor kan mijn lichaam mijn belangrijkste instrument worden. In mijn lichaam komt dan alles samen: gevoel, inzicht en nieuwe kracht.
Shiatsu omdat het een zorgvuldige behandeling is van de energiestromen in het menselijk lichaam en omdat het op relatief snelle wijze hinderlijke onevenwichten kan helpen opruimen. Het kan ook een mooie manier zijn om per twee samen te werken aan gezondheid.”

Een stuk over druk die we onszelf opleggen en druk die we op elkaar uitoefenen.
Voor Metafoor door Pia Govaerts in 2003.

“Druk-druk-druk-druk”

“ ik lijk wel een pincode…”

Het valt niet mee om in deze drukke, ‘moderne’ tijden te ontdekken welk tempo echt bij ons past. Vaak beginnen we daar pas over na te denken na een (lange!) reeks tegenslagen. We zoeken een evenwicht. Tussen wat we ‘moeten’ doen en ‘willen’ doen. We doen het nodige om ons dagelijks leven vlot te laten verlopen, brood op de plank te hebben, lief te hebben en ‘erbij’ te horen. Daarnaast, in onze vrije tijd, doen we wat we verlangen. Proberen we onze dromen te laten uitkomen. Liefst zoveel mogelijk. Want misschien hebben we maar één leven…en lege dromen bederven een potentieel rijke realiteit.

Zijn deze tijden echt zo druk? Of berust dit idee slechts op projectie en maken we het onszelf druk? Als ik de teksten van Protagoras, Plato, Homerus en Socrates lees, dan gaat het in de Oudheid óók over verontrustende maatschappelijke ontwikkelingen en stroomversnellingen in de toenmalige geschiedenis.
“De mens is de maat van alle dingen”, zegt Protagoras met zijn agnostische achtergrond. (1) We kunnen de verschijselen niet echt helemaal kennen. We kunnen wel onszelf leren kennen.
Misschien klopt het cliché niet dat onze tijd zoveel complexer is dan voorgaande tijden? Maar hoe komt het dan dat we het toch zo druk hebben?
“Ik heb het druk”, is zelfs een normaal antwoord geworden op de vraag: “Hoe gaat het ermee?” Drukte is routine geworden. Als we maar hard genoeg werken dan komt alles wel in orde, en als het niet in orde komt dan hebben we toch ALLES gedaan wat we konden. Dit is ons dilemma: er zijn bronnen van stress en onzekerheid in het leven van ons allemaal en we nemen onze toevlucht tot routine als manier om het hoofd boven water te houden. Maar teveel routine is dodelijk voor onze creativiteit!
Mira Kirschenbaum schrijft over de ‘gerieflijkheidsfactor’. “We werken ons de sleur in door onze behoefte aan veiligheid. Hoe meer we ontdekken over hoe we ons veilig kunnen voelen, des te meer gaan we het smalle platgetreden pad bewandelen waar we altijd dezefde dingen doen, dezelfde dingen zeggen en op dezelfde manier reageren. Alles wordt zeer gerieflijk…maar ook saai en voorspelbaar.”(2)
Onze ontevredenheid stijgt desondanks de hoge gerieflijkheid en we voelen ons niet zo gelukkig. Daardoor stijgt onze emotionele overdruk en leggen we onszelf nog meer druk op om ‘terug gelukkig’ te worden. Misschien gaan we zelfs anderen onder druk zetten om nog sneller ons geluk en onze levenslust te hervinden…

Laatst had ik afgesproken om op zaterdagmiddag met een vriendin naar Antwerpen te gaan. We kwamen elk apart met de wagen naar de stad en zouden elkaar ontmoeten in een cafeetje. Het was een zonnig winterse dag, alles leek veelbelovend…maar draaide uit op een conflict met mijn vriendin. Ik had namelijk besloten dat ik dwars door de stad naar haar toe zou rijden omdat dat in vogelvlucht het kortste was en omdat de dame in de nieuwe gps dat voorstelde. Het was zes jaar geleden dat ik nog met de wagen in de Antwerpse binnenstad gereden had… en ik probeerde mijn wagen te parkeren in de buurt van de Groenplaats. Géén parkeerplaats te vinden in de straten. De ene na de andere straat bleek veranderd in eenrichtingsstraat en bracht mij telkens opnieuw in grote lussen wég van de Groenplaats. De ene na de andere parkeergarage bleek volzet. Ik wilde met mijn gsm naar de gsm van mijn vriendin bellen om te zeggen dat ik grote vertraging opliep. Ik kon haar niet bereiken…Toen ik eindelijk aankwam in het cafeetje,ongeveer 40 minuten te laat, had de ober een bericht van haar voor me:’Ze was terug naar huis gegaan want ze had haar gsm niet bij en ze kwam niet meer terug.’
Toen ik haar enkele uren later toch kon bereiken was ze nog heel boos op me. En teleurgesteld. En ik voelde me door haar ongelooflijk onder druk gezet…

Die avond zat ik het hele gebeuren te overdenken en plots besefte ik dat ik zoiets met een mannelijke vriend waarschijnlijk nooit zou meemaken! Een man zou zich realiseren dat hij zonder gsm geen info van mij kàn krijgen. Een man zou de feiten op een rijtje zetten: het is zaterdagmiddag dus heel druk in de stad èn we hebben een meeting point om op elkaar te wachten dus we zitten lekker droog. Een man zou een oplossing bedenken. Dat doen mannen al sinds de oertijd! Info verzamelen, feiten op een rij zetten en -al dan niet in stilte- een oplossing bedenken.
Vrouwen reageren meestal anders: ‘Er loopt iets fout in de afspraak dus er loopt iets fout in de emoties. En hoe zit het met de relatie? Kunnen we elkaar nog wel vertrouwen? Daar moeten we eens over praten!’Of is het beter om ons terug te trekken ergens waar het wél veilig is? Daar moeten we eens over praten met iemand anders!’
Dit doen vrouwen al sinds de oertijd.

Hoe komt het dat vrouwen dikwijls zo streng zijn voor zichzelf, en voor elkaar?
Vrouwen staan toch zo al onder enorme druk?! Het kan dan wel waar zijn dat vrouwenhersenen gemiddeld beter kunnen multitasken maar het moet toch ook gezegd worden dat je daar ontzettend moe van kan worden! Hoe kunnen we onszelf afleren alles zo perfect te willen doen? Hoe moet je afleren te people pleasen? Hoe voorkom je dat je in emotionele wedstrijden terechtkomt?

We weten uit de neuropsychologie dat mannenhersenen heel anders reageren dan vrouwenhersenen op dezelfde gebeurtenissen zoals ontrouw, dood van een belangrijke naaste, concurrentie, leiderschap, dagelijkse problemen,…
Over de neuropsychologische verschillen tussen man en vrouw, weet Margriet Sitskoorn interessante dingen te melden: “Op de eerste plaats, voor al diegenen die denken dat mannen en vrouwen hetzelfde zijn, hetzelfde willen en hetzelfde doen: vergeet het maar. Emancipatie is een mooi woord met een mooie betekenis maar het is ontsproten aan totaal andere hersengebieden dan de gebieden die door de eeuwen heen ontwikkeld zijn om bijvoorbeeld snel informatie over mogelijke ontrouw te verwerken. En het zijn met name deze gebieden die ons gedrag bepalen ten aan zien van de dingen waarvan we denken dat ze er echt toe doen.(…)Maar laat je hierdoor vooral niet ontmoedigen, want dan verandert er nooit iets. Denk iedere keer opnieuw aan de onderliggende mechanismen als je emoties je gedrag weer volledig in een richting sturen die je eigenlijk niet wenst. Wees rebels met andere delen van je brein. Ga ertegenin, keer op keer, en schrijf geschiedenis door de evolutie zelf te sturen.”(3)

Ik denk dat we moeten voorkomen dat we onzelf gek maken.
Druk of niet druk, neuropsychologisch automatisme of nieuwe evolutie, traditioneel of geëmancipeerd, boos worden of terugtrekken, sleur of vernieuwing, sporten of mediteren…
ik denk dat een mens nooit zo vast zit als hij zelf denkt.
Om onze hersenen terug ontvankelijk te maken om creatief bezig te zijn, is het al genoeg als je per dag één ding doet dat je nog nooit eerder op die manier gedaan hebt. Bijvoorbeeld, als je op een werk- en schooldag gewoonlijk ’s morgens de wekker laat aflopen, kan je afspreken dat je elkaar wekt met een vrolijk gezongen KUKELEKUU. Bijvoorbeeld, tijdens een wandeling kan je je omdraaien en achteruitstappend de volgende 50m afleggen.
Het brein heeft behoefte aan liefde, aandacht, speelsheid, nieuwe ontdekkingen en warme contacten. Een klein kind dat niet wordt aangeraakt gaat dood…

Ik denk dat we een weg kunnen vinden, willen vinden, mogen vinden naast de valkuilen van een druk leven. Hoop voedt creativiteit. Mannen én vrouwen hebben deugd van warmte, hoop, betrokkenheid…
Dagelijks maak ik mee in mijn praktijk dat mensen terug creatief worden als ik mijn oprechte belangstelling in hen stel. Dagelijks maak ik mee dat de cliënten kunnen ontspannen als ik hen vertel dat ze best fouten mogen maken want dat ze anders niets gaan bijleren. De druk glijdt bijna zichtbaar van hen af…

We kùnnen met elkaar en voor onszelf uitzoeken hoe we (terug) in evenwicht geraken met de verschillende belangrijke levensdoelen die we onszelf stellen. Dan verdwijnt ons gevoel van overdruk vanzelf. Dan zijn we in staat om ontspannen en liefdevol aandacht te kunnen geven aan verschillende gebeurtenissen tegelijk.
Na een lange en moeilijke innerlijke reis, weten we dan eindelijk wat goed voor ons is. De wereld is vol van opties. We kunnen kiezen voor een vol leven.
Maar ook voor een vervuld leven.

(1) Group De Agostini SpA, ‘Wereldgeschiedenis.Deel 2’, Novara, (2007) p.484
(2) Kirschenbaum Mira, ’Vrouwen&liefde’, Archipel, Amsterdam, (1999) p.180-181-238
(3) Sitskoorn Margriet, Psyche&brein nr 6, (2007) p.47

Verhalen voor kinderen

Maart 2013
Voor Metafoor door Pia Govaerts

Verhalen spreken in beelden. Beelden die in bonte kleuren vertellen over het leven.

Gouden herinneringen uit mijn kinderjaren hebben het fundament gelegd voor mijn blijvende interesse in de wereld van de verhalen.

De zon schijnt in de warme keuken, mijn mama doet de afwas met de hand. Babybroertje doet een middagdutje. Ik ben vier en zit in een zacht vouwstoeltje met armleuntjes op kindermaat. “Mama, vertel je nog een verhaaltje?” Mama’s stem en het geluid van haar handen in het warme water. Het servies en de glaasjes tingelen. De vorken en messen die terug in de keukenschuif worden gelegd. Het verhaal van Sint Christoffel die klein kindje Jezus op zijn schouders over het water droeg. De zon schijnt door het raam op mijn voetjes. Het verhaal duurt tot mijn voetjes terug in de schaduw staan…

De wijsheden van het leven worden sinds mensenheugnis doorgegeven in verhalen.
Het verlangen van ouders om kinderen kennis bij te brengen, om kinderen te helpen door moeilijke levensfasen heen te geraken, om hen te begeleiden in de volgende nieuwe ontwikkelingen van hun tijdsgeest, dàt verlangen leidt tot het bedenken van vertellingen die ontbloot zijn van elke rede. Om zich aan te passen aan hun kinderen die deze rede nog niet bezitten.
Verhalen zijn uitstekend geschikt om taalkundige en mentale barières tussen kinderen en volwassenen te overwinnen.
De ontwikkeling van kinderen gaat echter niet gelijkmatig. Na betrekkelijk rustige perioden, waarin het kind oefent wat het pas geleerd heeft en krachten verzamelt voor de volgende ontwikkelingsbeweging, volgt een crisisfase waarin het kind nieuwe dingen leert en een hoger ontwikkelingsniveau bereikt.
Als therapeut ontmoet je kinderen in je werk meestal tijdens zo’n crisisfase.
Wat ik hier schrijf is niet bedoeld als alweer een pedagogisch advies in de eindeloze serie ‘instructies voor opvoeders’. Het is niet nodig nieuwe opvoedingsstrategieën aan te leren.
Ik leg wel meer nadruk op een juiste manier vinden om kinderen aandacht te geven.

Waar je aandacht aan geeft, daar krijg je meer van.

Samen met de ouders zoek ik naar speelse manieren om gewenst gedrag meer aan te moedigen en voor te leven.
Verhalen die bewerkt zijn voor kinderen vertellen en/of voorlezen, is daarbij een belangrijke hulp. In veel verhalen voor kinderen wordt de grens tussen realiteit en magie vaak overgestoken. Kinderen kunnen zich identificeren met de belevenissen van ‘lotgenoten’. Zo helpt een verhaal het kind om zich een nieuwe werkelijkheid en nieuw gedrag voor te stellen. Angsten, dwanggedachten, storend gedrag, verdriet, agressie, ziekte,… kunnen een kans krijgen om te transformeren. Herstel,tevredenheid, levenszin,creatieviteit, hoop, lotgenotengevoel… kunnen integreren.
De auditieve prikkels tijdens de orale overdracht van verhalen, werken rechtstreeks in op de verbeelding. De wetenschap onderzoekt nog volop hoe dat te werk gaat in de hersenen. Zeker is dat spiegelneuronen ook reageren op auditieve prikkels.
De stem van de verteller kan ook een lichte trance veroorzaken bij de luisteraars. Tijdens die lichte trance kan nieuwe informatie zich nestelen in het onbewuste.
Herhaling is ook een belangrijk gegeven. Zoals de refreinen in het verhaal:

“Knibbel knabbel knuisje, wie knabbelt er aan mijn huisje” (uit het verhaal van Hans en Grietje)

Ook het verhaal meerdere keren na elkaar voorlezen bvb. een week lang telkens voor het slapen gaan, maakt dat de archetypische beelden zich kunnen manifesteren.
In mijn praktijk merk ik dat kinderen dat bijna niet meer kennen. Ze reageren al snel met: “Dat verhaal ken ik al…”
Misschien onder invloed van de flitsende media: televisie, dvd, speelcomputer?
Behalve dan de zich herhalende reclamedeuntjes! Die zingen ze luidop mee!
Ik maak een duidelijk onderscheid tussen voorlezen van een verhaal waarbij de kinderen mee in het boek kijken, en vertellen zonder visuele prikkels.
Voorlezen voor kinderen is een gebruik in de westerse wereld waarbij visuele prikkels vaak de hoofdrol spelen, denk maar aan de felgekleurde babyboekjes en plastic ‘badboekjes’!
Dit stimuleert het leren gebruiken van boeken als informatiedragers.
Nog niet zo’n lange tijd en zeker niet overal ter wereld leren kinderen systematisch lezen en schrijven op jonge leeftijd. In Vlaanderen bestaat leerplicht vanaf 1914 en Nederlandstalig onderwijs vanaf 1932.
Vertellen van verhalen daarentegen is volgens mij zo oud als de mensheid.
Enerzijds als kennisoverdracht en anderzijds ter ontwikkeling van de verbeelding.
Als van de verbeelding gebruik wordt gemaakt, zijn er eindeloos veel meer mogelijkheden om functioneel te oefenen.

‘Verbeelding is belangrijker dan kennis omdat kennis beperkt is. Verbeelding omhelst de hele wereld en stimuleert elke vooruitgang. Daarom is verbeelding de bron van elke ontwikkeling.’
A. Einstein (1883-1947)

Als voorbereiding van het schrijven van dit artikel heb ik onze kinderen de vraag gesteld: “Wat ervaar jij wanneer je een echt verhaal hoort vertellen?”
Onze jongste dochter (17j) antwoordde:”Ik concentreer me al luisterend op het ‘zitten’,”en,”mijn innerlijke verbeeldingswereld gaat open,”en, “ik leer wachten op een uitgestelde beloning nl. de ontknoping en het einde van het verhaal en dat geeft me een beter gevoel dan iets op TV bekijken.”
Onze tweede jongste dochter (19j) zei :”Het is heerlijk om helemaal op te gaan in een verhaal, om er in te gaan wonen, en dan voel ik spijt dat het gedaan is op het einde.”en,”wanneer ik een les op school te horen kreeg als een verhaal, bvb. Tijdens Geschiedenis, dan onthield ik het meteen.”
Onze zoon (21j) antwoordde:”Mijn innerlijke voorstellingen zijn gedetailleerder, ik werk er binnenin mezelf aan verder gedurende het verhaal en ook nadien nog,”en,”het ritme van een goed verteld verhaal gaat trager maar geeft meer voldoening,”en,”ik herinner me het plezier en het samen lachen tijdens een voorleesverhaal, vooral de verhalen van Dik Trom (geschreven door Cornelis Johannes Kieviet)”en,”veel goede verhalen horen, doet je kwaliteitsbesef groeien van wat nu een ‘goed verhaal’ is, er is ook zoveel pulp die ik daardoor naast me neer heb leren leggen.”
Onze oudste dochter (23j) herinnert zich nog steeds de gevoelens die ze had bij verschillende verhalen: angst, ergernis, spanning. En ook het heerlijke wegdromen bij verhalen die ze verzon in haar hoofd.
Wanneer door een storm of andere ramp een hele graanoogst wordt neergeslagen, dan gebeurt het wel dat bij lage heggen of struiken die aan de kant van de weg staan, er op een beschut klein plekje enkele aren overeind zijn gebleven. Als de zon dan weer goed schijnt, groeien die eenzaam en onopgemerkt verder. Maar in de nazomer,wanneer ze rijp en vol zijn geworden, komen arme handen die hen zoeken en vinden; aar bij aar zorgvuldig samengebonden, meer gewaardeerd dan anders een hele schoof, worden ze meegenomen; de hele winter dienen zij tot voedsel misschien ook wel tot het enige zaad voor de toekomst.
Dit stukje komt uit het voorwoord van de gebroeders Wilhelm en Jacob Grimm, 3 juli 1819, bij hun boek Kinder- und Hausmärchen der Brüder Grimm, uitgegeven door Friedrich Panzer, Wiesbaden.
Europa maakt een crisis door. Vele mensen vragen zich af hoe het verder moet. Van zoveel dat vroeger bestond blijft niets meer over. Misschien dat daardoor retro weer zo populair is?
Ik vraag me af of het toeval is dat net in deze tijd opnieuw interesse is voor hoorspelen. Enkele jaren geleden merkte ik hoeveel plezier ik beleefde tijdens het beluisteren van de cd’s met ‘Heerlijke Hoorspelen’ van het Geluidshuis, en ik zag hoeveel kinderen hier dol op waren maar ook hoeveel volwassenen deze cd’s grijsdraaien in hun auto’s, in de files,…

Misschien kunnen goed vertelde verhalen, vol plezier, vol zegenende krachten, doortrokken van die zuiverheid die kinderen eigen is, ons inspireren om onze creativiteit om te zetten in levende traditie?


 

Dit artikel draag ik op aan mijn moeders moeder die me lang heeft kunnen doen geloven dat ze de grappige verhaaltjes die ze vertelde, zelf beleefd had.
Dankbaar om de leuke gesprekken die ik had met onze kinderen bij de voorbereiding hiervan. Het plezier dat we beleven aan het vertellen aan elkaar is onbetaalbaar!

Nog meer lezen hierover:
Grimm, Sprookjes voor kind en gezin, uitg.Lemniscaat, Rotterdam, 1991
Perrault, Sprookjes in Poëzie en Proza, Vertaling Ernst van Altena, uitg.Aristos, Rotterdam, 1997
Mayo en Ray, Sprookjes uit alle windstreken, uitg.Christofoor, Zeist, 1998
Ortner, Sprookjes die uw kind helpen, uitg.De Driehoek, Amsterdam, 1994